Nederlandse vrouwenvoetbal onder druk door krimpende budgetten en vertrek talent

Nederlandse vrouwenvoetbal onder druk door krimpende budgetten en vertrek talent

Krimpende budgetten, vertrekkende talenten en een veranderende Eredivisie zorgen voor zorgen over de toekomst van het Nederlandse vrouwenvoetbal. Clubs en experts pleiten voor stabiel beleid.

Auteur
09/10 08:28

Het Nederlandse vrouwenvoetbal verkeert in zwaar weer: budgetten nemen af, talenten vertrekken naar het buitenland en de Eredivisie is opnieuw aangepast. Voormalig bondscoach Sarina Wiegman en andere betrokkenen uiten hun zorgen over de toekomst van de sport in Nederland.

Krimpende budgetten en onzekerheid

Na het succes van de Europese titel in 2017 en de tweede plaats op het WK van 2019, is de situatie in het Nederlandse vrouwenvoetbal veranderd. Volgens voormalig bondscoach Sarina Wiegman is de levensvatbaarheid van de sport in Nederland kwetsbaar geworden. Ze benadrukt dat er langdurig beleid nodig is, omdat bij Eredivisie-clubs vaak na een paar jaar de budgetten verdwijnen. "Dat werkt niet," aldus Wiegman tijdens de Eredivisie Awards.

FC Utrecht is een recent voorbeeld van deze ontwikkeling. De club besloot het afgelopen seizoen te bezuinigen op het vrouwenelftal, waardoor negen speelsters geen nieuw contract kregen en het team nu vooral uit jeugdspelers bestaat. Oud-international Leonne Stentler noemt het idee dat dit kansen biedt voor jongeren "onzin" en stelt dat de competitie te jong is geworden en Nederland achterloopt op andere landen.

Vertrek van talenten naar het buitenland

Steeds meer Nederlandse talenten kiezen ervoor om hun carrière in het buitenland voort te zetten. Bondscoach Veurink en speelsters als Jill Roord en Isa Kardinaal wijzen erop dat dit niet altijd gunstig is voor hun ontwikkeling of voor de Eredivisie. Veurink noemt Nederland een goed opleidingsland en vindt het jammer dat jonge speelsters als Renee van Asten, Sophie Proost en Liv Pennock al vroeg vertrekken.

Stentler voegt toe dat de competitie niet interessant genoeg meer is om talenten te behouden. "De competitie is niet interessant genoeg meer. Terwijl het voor die speelsters en de Eredivisie goed zou zijn als ze langer hier blijven," zegt ze.

Veranderingen in de Eredivisie

De Eredivisie is dit seizoen opnieuw aangepast en bestaat nu uit tien in plaats van twaalf clubs. Zowel Stentler als Veurink zijn positief over deze verandering. Veurink: "Ik ben absoluut voorstander van die keuze, want ik denk dat we er echt bij gebaat zijn dat de besten in Nederland meer topwedstrijden gaan spelen." Stentler verwacht dat dit de kwaliteit ten goede komt.

Toch zijn er ook negatieve voorbeelden. Clubs als Fortuna Sittard en NAC Breda konden het niveau niet vasthouden of trokken zich terug. Volgens Stentler is dit precies hoe het niet moet en ontbreekt het aan een langetermijnvisie bij beleidsmakers.

Internationale achterstand

In andere Europese landen, met Engeland als koploper, wordt fors meer geïnvesteerd in vrouwenvoetbal. De Women's Super League profiteert van grote sponsoren en investeerders, terwijl Nederland volgens Stentler "heel wat boten heeft gemist". De KNVB stelde in 2018 het beleidsplan 'Visie vrouwenvoetbal 2018-2022' op, maar acht jaar later staat er geen Nederlandse club in de Champions League en spelen de beste speelsters in het buitenland.

Bondscoach Veurink vindt dat Nederland te vaak aan de zijlijn blijft toekijken en dat investeren loont, zoals Engeland bewijst. Roord merkt op dat het bij topclubs als FC Twente goed gaat, maar dat kleinere clubs nog te weinig vooruitgang boeken.

Blik op de toekomst

Volgens Stentler en Veurink zou het helpen als de Oranjevrouwen zich dit najaar kwalificeren voor het WK in Brazilië. Stentler wijst op een terugval in kijkcijfers en bezoekersaantallen en noemt de situatie "heel kwetsbaar". Ze benadrukt dat succes van Oranje het vrouwenvoetbal in Nederland kan helpen, mits clubs en de KNVB daar nu wel van profiteren.